TreinChickje

Toeval is een onvermijdelijke samenloop van omstandigheden. Want hoe groot is de kans dat precies vandaag de parkeermeter op het station het niet doet? Als zij achter me staat.

Meerdere keren voer ik mijn kenteken in en steeds schiet de automaat na een seconde of twintig weer terug naar het beginscherm. Ik sta te klungelen, precies als zij achter me staat. Ze is klein, blond en balanceert lichtelijk ongeduldig op één been. Ze kijkt onafgebroken naar het scherm van haar iPhone en zucht verveeld.

Vandaag heeft ze een lichtblauwe spijkerbroek aan, waarvan de pijpen zijn omgeslagen. Onder haar blote enkels verdwijnen korte sokjes in witte Adidas Superstars. Ze draagt een zwarte jas en heeft een donut in haar haar. Ze heeft wel wat weg van actrice Margot Robbie, maar doet me tegelijkertijd aan Susannah Hoffs van meidengroep The Bangles denken. Een tikkeltje ordinair, maar wel schattig. Ze zet haar auto, een zwarte Peugeot 107, altijd vlak naast de mijne. Zij is de enige in het rijtje die achteruit inparkeert. Elke dag staan we op hetzelfde perron, te wachten op dezelfde trein. Ik heb nog nooit één woord met haar gewisseld. Tot nu.

‘Hij doettet niet’, mompel ik.

Ze kijkt op: ‘huh?’

‘Hij blijft iedere keer hangen, de parkeermeter. Misschien heb jij meer geluk.’

Ze neemt een paar stappen naar voren, drukt twee keer op de groene knop van de parkeerautomaat en toetst haar kenteken in.

‘Hij doettet niet’, zegt ze.

‘Ja, dat zei ik ook al.’ Ik probeer het niet al te betweterig over doen komen.

Ze laat de telefoon in haar jaszak glijden. ‘En nu?’

Ik ben inmiddels het telefoonnummer aan het intikken dat op de automaat staat. Een wat slaperig klinkende man neemt op. Ik versta niet precies wat hij zegt.

‘Hi’, doe ik. ‘Wij staan hier op het station en parkeerautomaat 4472 doet het niet.’

‘Ja, dat klopt’, zegt man, die klinkt alsof hij achter in de 50 is en shag rookt. ‘D’r is een storing, dus je hoeft geen kaartje achter je raam te doen.’

‘Eh, ok’

‘Bedankt voor het doorgeven, ook al wist ik het al.’

Ik hang op en kijk de blondine aan. ‘D’r is een storing, maar het is bekend.’

‘Gelukkig,’ zegt ze. ‘Want ik heb geen zin in een boete vanavond.’

Ik sluit m’n auto af en slenter naar het station. Ze komt naast me lopen en stelt zich voor als Wendy.

Vroeger, op de middelbare school, zou ik haar een ‘chickje’ genoemd hebben. Wat zoveel betekent als ‘schattig klein opdondertje’. Wendy had zeker deel had uitgemaakt van het populaire-meiden-kliekje, als ze minstens 12 centimeter langer was geweest. Best wel oneerlijk als je erover nadenkt. Maar ja, het is natuurlijk ook niet gemakkelijk om op de middelbare school een populair meisje te zijn. Dan moet je constant aan je imago denken. Want de gevolgen zijn niet te overzien als je per ongeluk een beige rokje aan zou trekken bij een roze topje. Elke beslissing, hoe klein ook, kan invloed hebben op jouw status gedurende de rest van het schooljaar. Stel je voor dat iemand je ziet zoenen met een jongen die in het verleden heeft staan bekken met een lelijker meisje. Of dat je vriendinnetjes wordt met iemand die niet boven de één-meter-zestig uitkomt.

Om te beginnen is dat totaal niet praktisch. Want als je zo’n Wendy mee zou nemen naar een concert of een festival, ziet ze geen ene moer. Moet je daar weer rekening mee gaan houden. Om nog maar te zwijgen over het feit dat je de hele tijd naar beneden moet kijken als je met haar wilt praten. Dan lijkt het net alsof je een onderkin hebt.

Ik zie zo voor me dat Wendy een heel saai buurmeisje als beste vriendin heeft. Die ze al kent sinds de kleuterschool. Toen die twee voor het eerst elkaars Barbies gingen kammen is ongewild een gedoemd vriendinnenclubje geboren. Zo’n groepje wat alleen maar ‘wannabees’ aantrekt. Van die net-niet grietjes die eigenlijk bij dat buurmeisje horen, maar zich beter voordoen dan ze zijn, om cool gevonden te worden door Wendy. Types die probeerden de populaire-meisjes-look na te bootsen met kleding van Cool Cat en schoenen van Scapino. Daar komt ook de uitdrukking ‘waar je mee omgaat, word je mee besmet’ vandaan. Vandaar dat Wendy er nu vijftien jaar later ook zo bijloopt. Best tragisch eigenlijk. Alleen maar omdat ze twaalf centimeter te kort is en het verkeerde buurmeisje had.

Ik vind Wendy wel aandoenlijk. In de trein kwebbelt ze honderduit over dingen die me helemaal niets interesseren. Het is net alsof ik in een aflevering van Goede Tijden Slechte Tijden ben beland. Dat gaat ook nergens over, maar op de een of andere manier blijf je toch geboeid. Wendy houdt ons gesprek moeiteloos een half uur op gang en springt daarbij van de hak op de tak.

Haar vrolijkheid werkt aanstekelijk. Normaal gesproken ben ik redelijk autistisch ’s morgens vroeg. Dan wil ik alleen maar een beetje muziek luisteren of een paar minuten door een Metro bladeren. Dan heb ik geen zin om beleefde gesprekjes te voeren met mensen die ik amper ken en al helemaal niet beter wil leren kennen.

De trein komt tot stilstand en we stappen uit. Onderaan de roltrap scheiden onze wegen weer. Zij gaat linksaf en ik naar rechts. Na tien meter kijk ik nog één keer om. Zij doet hetzelfde, glimlacht en zwaait wat ongemakkelijk naar me. Ik wuif terug en loop door. Met meer energie dan ik in weken heb gevoeld.

Ergens vraag ik me wel af of de gehele mensheid deel uitmaakt van de Goede Tijden Slechte Tijden van God. Dat hij af en toe kleine ingrepen doet om het verhaal naar zijn hand te zetten. En als mensen daar achter komen, ze dat op het toeval gooien, omdat het alternatief iets is wat ze niet willen of kunnen geloven. Ik ben nu waarschijnlijk net zo benieuwd als God hoe dit verder gaat. Heeft Wendy af en toe een bijrol, of wordt ze een van de hoofdpersonages in de verhaallijn van mijn leven?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *