Pringles

Ik zie haar al staan op het perron als ik de laatste treden van de trap beklim. Met elke stap die ik neem, heb ik minder tijd om te bedenken wat ik tegen haar wil zeggen. Ik wil het luchtig houden. Niet te amicaal doen, maar ook niet te afstandelijk. En wat als zij me negeert? Dat ze ons momentje heel anders heeft beleefd dan ik. Bij elke stap word ik zenuwachtiger. Nog tien meter. Ze scrollt onverstoorbaar door haar iPhone. Een wit draadje steekt uit de telefoon en splitst zich halverwege om haar beide oren van muziek te voorzien. Nog vijf meter. Ik besluit om achter haar langs te lopen, zodat ze me niet ziet. Misschien heb ik op Schiphol voldoende moed opgebouwd, of anders morgen. Nog vier meter.

Ze trekt de witte dopjes uit haar oren en kijkt me recht in de ogen. Ik slik. Zij glimlacht. Ze straalt. Het voelt vertrouwd. Alsof dit iets is, wat we al jaren doen.

‘Hooi’, zegt ze.

TreinChickje heeft vandaag een niet al te opvallende grijze combo uit de kast getrokken. Vale zwarte spijkerbroek, donkergrijs topje en daaroverheen een lichtgrijze tricot blazer. Gelukkig heeft ze er roze Adidas Superstars bij aan. Uiteraard met omgeslagen broekspijpjes erboven.

Het komende halfuur heb ik TreinChickje helemaal voor mezelf. Dan kunnen we praten over onzindingetjes en elkaar beter leren kennen. Best speciaal als je erover nadenkt. Want de meeste mensen hebben het altijd verschrikkelijk druk als ze in de trein zitten. Voordat ze op hun werk aankomen, moeten de meesten nog eten, hun make up doen en hun halve vriendenkring Whatsappen. Whatsapp is eigenlijk gewoon Facebook, maar dan meer werk. Vroeger mieterde je gewoon een statusupdate of een kattenfilmpje op je tijdlijn en dan wisten 200 mensen meteen dat jij net een blikje Red Bull had gedronken. Tegenwoordig moet dat allemaal in aparte Whatsapp groepen. Op Facebook kon je tenminste snel scrollen, maar nu moet je al die groepen openen en dan een gezichtje dat huilt van het lachen selecteren. Om vervolgens nog eens te bedenken in welke groep je dat Red Bull blikje plaatst en in welke een half afgegeten croissantje. Het is echt geen doen!

In nog geen tien minuten vertelt TreinChickje me haar halve levensverhaal. Zo kom ik erachter dat ze een kat heeft en dat zij en ik vroeger op dezelfde middelbare school gezeten hebben. TreinChickje is denk ik een jaar of twee jonger dan ik ben. Nu werkt ze op het hoofdkantoor van HEMA, vandaar dat we elke dag dezelfde treinreis afleggen.

Tegenover ons zit een chick met een Tracy Chapman kapsel een bus Paprika Pringles leeg te snaaien. Af en toe neemt ze ook nog een slok Fanta. Waarschijnlijk om die kruidige aardappelsmaak mee weg te spoelen.

Lijkt me zo erg! Dat je ’s ochtends wakker wordt en er na het douchen achterkomt dat je vergeten bent om een half brood te halen. En dat Pringles dan het enige is wat nog een soort van op crackers of iets dergelijks lijkt.

Maar misschien maak ik me zorgen om niets en zit ze nog gewoon op wintertijd. In Tasmanië. Waar het nu 18:12 is en dus een goed moment voor een borrel. ‘Jetlagged all over the place!’

TreinChickje probeert om niet te kokhalzen van die chipsgeur op de vroege ochtend. De coupé zit inmiddels zo vol, dat verkassen geen optie is. Ik vraag me af hoe TreinChickje ontbijt ’s ochtends. Het lijkt me iemand die om 06:45 spinazie staat te blenden en dat dan wegdrinkt als ze twee volkoren crackers met boerenkaas naar binnen werkt. Gegarneerd met een flinterdun half plakje komkommer.

Kan natuurlijk ook zijn dat ze een mes met aangekoekte brokjes Boursin uit de gootsteen vist. En die dan zonder af te spoelen door een kuip Blue Band haalt. Waar aan de randen allemaal van die teruggesmeerde boterresten zitten. Met broodkruimels erin.

Graait ze een zak witbrood uit een keukenkastje. Van minimaal 3 dagen oud. Uit zo’n verfrunnikte zak waar nog twee bammetjes in zitten. Waarvan één korstje. Wat heel taai en droog is geworden. En dat ze dan, met die dubbelgevouwen homp brood tussen de tanden geklemd, in haar Peugeot 107 stapt om zich naar het station te haasten.

We rijden de Schipholtunnel in.

Ik schud mijn hoofd. Het eerste scenario vind ik plausibeler. Alhoewel ik haar die crackers dan wel met zo’n Boursin mes zie smeren. Uit een Blue Band kuip die al twee dagen de binnenkant van de koelkast niet meer heeft gezien.

‘Crunch, crunch’, klinkt het van de overkant. TreinChickje doet opnieuw een poging om opkomend gal te onderdrukken. Naast Tracy zit een nuffig kijkende KLM stewardess. Haar beide handen stevig om een lichtblauwe Dopper geklemd. Ik denk dat ze er iets van groene thee in heeft, want uit het dichtgeschroefde flesje bungelt een wit touwtje met een klein papieren Lipton labeltje aan het uiteinde.

Langzaam komt de Sprinter tot stilstand op Spoor 2.

Als La Chapman weer aan die Fanta wil gaan lurken, staat de stewardess op. Daarbij stoot ze met de Dopper tegen Tracy’s linkerarm. De teug frisdrank mist daardoor haar mond en loopt zo haar decolleté in. Ze rilt ervan en laat de bus Pringles los. De metalen onderkant klettert op de grond. Verbrijzelde stukjes Pringle schieten overal naartoe. Zo Wendy’s omgeslagen broekspijp in.

Ik zeg er niets van. Want anders zit ik zometeen, als we overgestapt zijn, nog een kwartier naast een chagrijning treinchickje. Pissig mag ze vanavond worden, als ze haar broek uittrekt en allerlei oranje gruis op de vloerbedekking terecht komt. De hele dag gaat het kraken als ze loopt. Bij elke stap worden brokjes chips vermalen tot nog kleinere brokjes chips. Tot er niets anders dan aardappelpoeder overblijft. Gelukkig regent het niet vandaag. Anders wordt het een papje wat in de denim trekt. En reken maar dat we dan de poppen aan het dansen hebt. Dan sijpelt het door de omslag zo haar roze gympjes in.

De meeste vrouwen zouden een extra paar pumps in hun tas hebben, die ze dan op het werk aantrekken. Maar Wendy is niet de meeste vrouwen. Anders had ze ook niet zo’n minuscuul klein rugzakje bij zich.

Ik weet niet zo goed wat ik hier nu mee aanmoet. ‘D’r zit chips in je broekspijp’, is een zin die ik nooit verwacht had uit te moeten spreken. Zeker niet tegen een meisje wat ik eigenlijk nog amper ken. Als ik het haar zeg, is de kans groot dat ze dit moet appen naar minstens veertien verschillende vriendinnetjes. Dat wordt een gesprek waar je zeker de hele ochtend zoet mee zult zijn. Daar gaat nog tot in lengte van dagen over gegiebeld worden. ‘Weet je nog, die dag dat je chips in je broekspijp had?’ Dat valt met geen half afgegeten croissantje te evenaren.

Als ik het zo laat, is de kans groot dat ze terugkijkt op vandaag als een heerlijke dag. Dan maakt ze snel een kattenfilmpje nadat ze haar zelfgemaakte bloemkoolstoofpot met quinoa en pastinaak uit de oven heeft gehaald. Met het bijschrift: ‘Pluis is nog nooit zo aanhankelijk geweest. Hij likt de hele tijd aan mijn broek.’

Na het eten zet ze zelfs de vaatwasser nog even aan.

Geluk zit soms in kleine dingen. Zoals de liefde die je krijgt van je huisdier, een schoon mes om crackers mee te smeren en een bijzondere treinvriendschap.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *